Nieuwe naam, fris werktenue en eigen website voor inspectiedienst

Nieuwe naam, fris werktenue en eigen website voor inspectiedienst

‘Veranderingen noodzakelijk om onafhankelijkheid te benadrukken’

Er ontstond nogal eens verwarring bij onze melders, beklaagden, samenwerkingspartners en publiek: zijn wij nou de Dierenbescherming of niet? Onze oude naam heeft het nooit eenvoudig gemaakt om helder uit te leggen wie wij precies zijn. Om aan deze en andere knelpunten een einde te maken, hebben we een metamorfose ondergaan: vanaf heden heten we ‘Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn’ (LID). Bij deze naamsverandering hoort een frisse, nieuwe vormgeving, een gewijzigd werktenue en onze eerste, eigen website die net gelanceerd is.

De LID handhaaft de dierenwelzijnswetgeving in Nederland en houdt er toezicht op dat deze wordt nageleefd. De inspectiedienst richt zich daarbij primair op hobby- en gezelschapsdieren. De 25 inspecteurs in het gehele land zijn zowel buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) als toezichthouder en kunnen bij overtredingen van de wet bestuurs- én strafrechtelijk optreden. De inspectiedienst is in 1986 opgericht door de Dierenbescherming, omdat de rijksoverheid geen prioriteit maakte van deze handhaving en dankt zijn oude naam aan zijn oprichter. Tegenwoordig werkt de LID in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en wordt voor het grootste deel gefinancierd door de rijksoverheid.


Hoge eisen

Hoofd van de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn Marc Jacobs legt uit dat de naamsverandering en het nieuwe uiterlijk noodzakelijk zijn om de zelfstandigheid van de LID te benadrukken. ‘LNV verwacht van ons dat wij ons werk aantoonbaar onpartijdig, deskundig en professioneel uitvoeren. Dat betekent niet alleen dat we aan hoge eisen moeten voldoen in onze handhavingspraktijk, maar ook dat we in onze naamvoering de verwijzing naar de Dierenbescherming moeten loslaten. We zien in het werkveld dat de oude naam tot verwarring leidde. Men dacht geregeld van doen te hebben met de Dierenbescherming, terwijl we een onafhankelijke, toezichthoudende en handhavingsorganisatie zijn met stevige bevoegdheden om dwingend in te grijpen.’

Familieband

De inspectiedienst is statutair volledig onafhankelijk, maar er blijft wel een duidelijke familieband met de Dierenbescherming bestaan, licht Jacobs verder toe. ‘We worden voor zo’n tachtig procent bekostigd door de rijksoverheid, maar we hebben de afspraak met onze oprichter dat deze onze begroting jaarlijks sluitend maakt. Verder faciliteert de Dierenbescherming ons om onze werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Denk bijvoorbeeld aan zaken als huisvesting, vergadermogelijkheden, ICT-ondersteuning en financiële administratie. Daar zijn we erg blij mee.’

Meer nieuws