Tref je een verwaarloosd dier? Denk aan 144!

Stel: je treft een dier op je tafel dat zichtbaar verwaarloosd is. Hoe ge je daarmee om? En wat doe je als het welzijn na verloop van tijd niet zichtbaar verbetert? Soms is de beste oplossing om Meldpunt 144 te bellen. In dit artikel lees je meer over het meldpunt en de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID), de handhavingsorganisatie die meldingen over verwaarlozing van dieren afhandelt.
‘Je bent als trimmer op zo’n moment de stem van een diertje, dat niet voor zichzelf kan opkomen’ – Narda Trip, Trimsalon Marley in Assen
Dit artikel is geschreven voor magazine Groomers Europe, editie april 2025

Oogje in het zeil
Of het nu gaat om een vervilte vacht, onbehandelde huidaandoeningen, vlooien, te lange nagels of rotte tanden: het zijn allemaal vormen van verwaarlozing. Het in de wet omschreven ‘onthouden van de nodige verzorging’ is een misdrijf waar in de ernstigste gevallen hoge straffen voor kunnen worden opgelegd. Vaak komt het gelukkig niet zover omdat kundige ogen en oren in het land (zoals dierenartsen, paraveterinairs én trimmers) een oogje in het zeil houden en tijdig aan de bel trekken. Als melder blijf je bij de behandeling van een 144-zaak altijd anoniem.
Sinds corona neemt het aantal meldingen over verwaarlozing van dieren – met name honden en katten – schrikbarend toe. De inspectiedienst behandelde in 2023 pakweg twintig procent meer zaken over deze diersoorten dan in de jaren ervoor. Dat betekent ongeveer achthonderd katten- en hondenzaken meer. Mensen schaften tijdens corona massaal huisdieren aan en keken er niet meer naar om toen de normale dagbesteding terugkeerde. Het eerste effect werd zichtbaar in 2022: het aantal meldingen bij dierenambulances over gedumpte konijnen en knaagdieren steeg explosief en sommige opvangen waren in no time tot de nok gevuld.

Problemen tijdens corona
De LID kreeg het aanzienlijk drukker in ’23 toen de inspecteurs steeds vaker in aanraking kwamen met honden- en kattenbezitters die tijdens de pandemie een huisdier namen, maar er eigenlijk niet goed voor konden zorgen. Mensen met een krappe beurs kregen het nog moeilijker toen na corona een inflatie van meer dan tien procent ontstond. Veel van hen – en hun huisdieren – raakten verder tussen de wal en het schip omdat ook de dierenartskosten exorbitant stegen. Deze mensen zijn nauwelijks meer in staat om nog voldoende zorg aan hun dier te bieden en worden door de inspecteurs steeds vaker voor de keuze gesteld: afstand doen of boetes betalen.
Deze mensen zul je waarschijnlijk hooguit in je salon treffen, als ze daartoe door de LID zijn gedwongen omdat ze anders een dwangsom moeten betalen. Er is echter een groep die je waarschijnlijk wél herkent. Die is welwillend, maar onwetend. ‘Het gebeurt mij met enige regelmaat dat ik een kat binnenkrijg met een vervilte vacht’, licht Anouk Zonneveld van trimsalon sKATtig in Uitgeest toe. ‘Ze krijgen vaak bij aanschaf geen of slechte verzorgingsinstructies. Dan leg ik uit waar de klant op moet letten. Als het nog een keer gebeurt, adviseer ik om vaker langs te komen. Ik stuur bijvoorbeeld appjes dat het weer tijd is of ik vraag de eigenaar zelf eerder aan de bel te trekken. Als stok achter de deur reken ik ook een vilttoeslag.’

Een ingewikkeld gesprek
Deze onwetendheid zien ook de trimmers van honden en konijnen. ‘De reacties na mijn voorlichting zijn opvallend uiteenlopend en bijna op ras in te delen’, zegt Kim de Jonge van Kim’s Dog Paradise in Groningen. ‘Eigenaren van Labradoodles volgen mijn adviezen en waarschuwingen vaak direct op en verschijnen heel netjes elk kwartaal in mijn praktijk. Baasjes van bijvoorbeeld Shih tzu’s en Boomers zijn wat nalatiger en komen bijvoorbeeld eens in het halfjaar om de hond kaal te laten scheren. Houders van Keeshonden zitten juist het liefst elke maand bij me in de wachtkamer.’
Konijnentrimmer Annet van den Anker van het Pluishuis in Geffen: ‘Ik heb wel ‘ns situaties gehad waarin ik besloot na verloop van tijd te overleggen of de klant het dier eigenlijk nog wel wilde houden. Dat leidt dan soms tot een ingewikkeld gesprek, omdat mensen het moeilijk vinden om afscheid te nemen van hun dier waarvan ze zich eigenlijk wel beseffen dat ze er niet goed voor kunnen zorgen.’

Meldpunt 144 bellen
Meestal weten de gesproken trimmers er heel goed uit te komen met hun klanten. Een enkele keer is er meer nodig. ‘Ik merk dat ik door de jaren heen strenger ben geworden’, zegt Narda Trip van Trimsalon Marley in Assen. ‘Als een hond iets mankeert, denk bijvoorbeeld aan rotte tanden, dan heb ik er best begrip voor dat mensen het soms lastig kunnen betalen. Maar het moet uiteindelijk wel een keer gebeuren. Ik zet dat dan op de klantenkaart. Komen ze tóch terug zonder naar de dierenarts te zijn geweest, dan geef ik aan dat ik het dier niet behandel. Dat werkt meestal alsnog. Een enkele keer bel ik 144,’
Meldpunt 144 neemt alle meldingen aan over verwaarlozing en mishandeling van dieren en is gestationeerd bij de landelijke politie in Driebergen. De politie behandelt zelf alle acute meldingen over dierenmishandeling, kan doorverbinden naar de lokale dierenambulance voor dieren in nood, stuurt meldingen over bedrijfsmatig gehouden dieren door naar de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en schakelt de LID in voor verwaarlozingszaken over hobby- en gezelschapsdieren. Dat gebeurt zo’n zevenduizend keer op jaarbasis. De inspectiedienst heeft vijfentwintig inspecteurs in het land die in totaal zo’n twaalf- tot vijftienduizend inspecties op jaarbasis verrichten.

'Je trekt niet voor niets aan de bel'
Als je besluit melding te maken, zorg dan dat je informatie zo compleet mogelijk is. Dat helpt om je melding snel te kunnen behandelen Ondersteunend foto- en videomateriaal helpt daarbij enorm. ‘Ik wil andere trimmers graag iets aanraden’, vult Trip uit Assen aan. ‘Als je 144 belt en je melding wordt de eerste keer niet aangenomen, laat het er dan niet bij zitten en bel later nog een keer. Het kan zomaar zijn dat een andere centralist je melding wél aanneemt. Je trekt immers niet voor niets aan de bel, je bent op zo’n moment de stem voor een diertje, dat niet voor zichzelf kan opkomen.’
Trip spreekt uit ervaring: ‘Ik heb een keer een melding gemaakt bij 144 over een boomerhondje’, vertelt ze. ‘‘Het dier was oud, blind, doof, had overal bulten op het lichaam, een abces op de kop, een rot gebit en was niet meer zindelijk. Ik heb de eigenaar toen voorgelegd of het niet verstandiger zou zijn om het dier te laten gaan. De man reageerde furieus. Volgens hem viel het allemaal wel mee, want de hond at tenslotte nog gewoon. Toen hij vertrok, barstte onze stagiaire in huilen uit en heb ik uiteindelijk besloten om het Meldpunt te bellen. Gezien de ernst van de situatie was de inspecteur al de volgende dag op het huisadres en heeft ervoor gezorgd dat het hondje mocht inslapen.’