Verwaarlozingszaken worden heftiger; aantal meldingen van dierenartsen neemt toe

‘Investeren in samenwerking belangrijk om problemen het hoofd te bieden’
Daar
waar de LID de afgelopen twee jaar
melding maakte van een forse toename van het aantal meldingen over
verwaarlozing van honden en katten, ziet de dienst in de jaarcijfers over 2025 vooral
de ernst van deze zaken toenemen. Inspecteurs worden steeds vaker
geconfronteerd met gezelschapsdieren die geen goede, algemene verzorging
krijgen.
‘‘Het is nu het derde jaar op rij dat we een toename in de ernst van meldingen over honden en katten signaleren’, zegt het hoofd van de LID, Gabor van der Straten. ‘Ik vind dit een zorgelijke ontwikkeling en wil dan ook graag verder investeren in de samenwerking met onze handhavingspartners, de veterinaire sector en lokale overheden om deze problematiek het hoofd te bieden.’

Coronacrisis
In de jaarcijfers over 2023 en ’24 signaleerde de inspectiedienst een zorgwekkende trend dat het aantal meldingen over verwaarlozing van honden en katten fors toenam ten opzichte van ‘22. Op het hoogtepunt betrof dit een verhoging van 17 procent voor honden (2023: 2760 zaken) en maar liefst ruim 50 procent voor katten (2024: 2304 zaken).
Belangrijkste oorzaak hiervoor was de coronapandemie: mensen namen tijdens de lockdowns op grote schaal een gezelschapsdier in huis, maar vele bleken er vervolgens niet goed voor te kunnen zorgen. De enorme inflatie na de crisis heeft met name de laagste inkomensgroepen de das omgedaan. Zij kunnen de kosten voor de algemene verzorging en dierenarts niet of nauwelijks meer opbrengen.

Toename meldingen dierenartsen
Het aantal behandelde meldingen over verwaarlozing van honden en katten is in ’25 iets afgenomen, maar de ernst van de zaken neemt daarentegen toe. Daar waar het de voorgaande jaren vaak nog ging om relatief milde overtredingen (te lange nagels, vervilte vacht etc.) zien de inspecteurs nu steeds vaker ingrijpende situaties waar zeer dringend hulp nodig is: dieren die te weinig (of geen) voedsel krijgen, in ernstig vervuilde huisvesting moeten verblijven of pas te laat met medische problemen bij een dierenarts komen.
Dit blijkt ook uit het hand over hand toenemende aantal meldingen van dierenartspraktijken bij de inspectiedienst: er zijn steeds meer klanten die verzorgings- en behandeladviezen van de specialist weigeren op te volgen en waar een inspecteur aan te pas moet komen voor controles, waarschuwingen en handhavingsacties.

Gezamenlijke oplossingen
Van der Straten heeft de ambitie om de samenwerking in de handhavingsketen (Meldpunt 144, NVWA, politie, rijksdienst RVO en het Openbaar Ministerie) nog verder te verbeteren en daarbij andere partijen - zoals de veterinaire sector en gemeentes - te betrekken om deze problematiek het hoofd te bieden.
‘‘We doen allemaal op ons eigen terrein ons uiterste best voor gezelschapsdieren. Maar dit probleem is zo complex, dat we dit zonder intensieve samenwerking niet gaan oplossen. De problemen die paraveterinairs, dierenartsen en handhavers zien worden steeds schrijnender en eigenaars met een krappe beurs lijken nauwelijks de weg te kunnen vinden naar adequate hulp en ondersteuning.

Erfelijke afwijkingen
Sinds enkele jaren is er in Nederland extra aandacht voor het fokken van honden en katten met schadelijke, uiterlijke kenmerken die erfelijk zijn. Uit de jaarcijfers van de LID blijkt dat het aantal meldingen van dierenartspraktijken die vermoeden dat het fokverbod wordt overtreden toeneemt: van 28 in 2024 naar 60 het jaar daarna.
Van der Straten spreekt zijn waardering uit over de veterinaire sector die in toenemende mate meldingsbereidheid toont. ‘Ik heb groot respect voor de moeilijke positie waarin dierenartsen en paraveterinairs soms staan om bewust te moeten kiezen voor het maken van een melding. Het is dankzij hun durf dat we samen kunnen werken aan een beter welzijn voor gezelschaps- en hobbydieren in Nederland.’