Strafrecht: de buitengewoon opsporingsambtenaar

Strafrecht: de buitengewoon opsporingsambtenaar

De inspecteurs van de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID) hebben meerdere bevoegdheden. Ze zijn toezichthouder en buitengewoon opsporingsambtenaar (boa). In die laatste functie hebben ze de mogelijkheid om eigenaren en houders van dieren te straffen voor dierenverwaarlozing en -mishandeling. De inspecteur heeft de mogelijkheid om proces-verbaal aan te zeggen en in overleg met het Openbaar Ministerie (OM) dieren in beslag te nemen.

Straffen

Voor de LID staat het dierenwelzijn voorop. Daarom kiest de inspecteur meestal voor een bestuursrechtelijk traject om het welzijn van dieren te verbeteren en te herstellen. Maar hij is ook boa en kan er voor kiezen om een strafrechtelijk traject te starten. Het strafrecht is niet gericht op het dierenwelzijn, maar op het straffen van de persoon die een overtreding begaan heeft.

De inspecteur zegt de verdachte dan een proces-verbaal aan en dat leidt tot een verhoor. Het uiteindelijke verslag gaat naar het Openbaar Ministerie (OM). Het is vervolgens aan de officier van justitie (OvJ) om te bepalen of en welke straf er opgelegd wordt. De OvJ kan een strafbeschikking voorstellen, zoals een geldboete of een werkstraf, maar als een verdachte die niet accepteert dan volgt een gang naar de rechter. Die kan ook ingezet worden zonder voorafgaand schikkingsvoorstel. De OvJ stelt een tenlastelegging op en formuleert de eis. De rechter zal na het horen van partijen een vonnis wijzen.

Als tijdens een controle van de inspecteur blijkt dat de situatie ter plaatse dermate schrijnend is en de dieren daar zo zwaar onder te lijden hebben dat een langer verblijf niet verantwoord is, dan volgt overleg met de OvJ over het in beslag nemen van dieren. Gaat de OvJ akkoord, dan gaan deze in zijn opdracht naar een opslaghouder. Vervolgens kan de OvJ als strafbeschikking een ‘verbeurdverklaring’ opleggen. Dat betekent dat de eigenaar afstand moet doen van de dieren en de dieren herplaatst mogen worden.

Houdverbod

Een rechter kan uiteindelijk besluiten dat een eigenaar naast een celstraf, taakstraf of boete ook een houdverbod opgelegd krijgt. Dit verbod is met ingang van januari 2024 een stuk strenger geworden en de rechter kan het in de schrijnendste gevallen tot levenslang opleggen. Het kan inhouden dat iemand voor de opgelegde termijn helemaal geen dieren meer mag houden, alleen een bepaalde soort niet of slechts een zeer beperkt aantal. Als een veroordeelde een houdverbod krijgt, komt de LID elk kwartaal langs om hierop te controleren. Overtreding betekent inbeslagname van de aan het verbod onderhevige dieren en een celstraf, die verder oploopt bij recidive.

Ook de OvJ kan naast een strafbeschikking een houdverbod opleggen. Dit kan voor maximaal een jaar. Deze kan ook hangende een strafzaak besluiten een gedragsaanwijzing op te leggen totdat de rechter uitspraak heeft gedaan: een verbod om (een grote hoeveelheid) dieren te houden tot het vonnis is gewezen.. Zo'n aanwijzing kan het OM opleggen voor maximaal negentig dagen.

Bestuursrecht: de toezichthouder

De LID-inspecteur is naast buitengewoon opsporingsambtenaar tevens toezichthouder en heeft daarom ook bestuursrechtelijke bevoegdheden.

Meer informatie