Bestuursrecht: de toezichthouder

Bestuursrecht: de toezichthouder

De inspecteurs van de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID) hebben meerdere bevoegdheden. Ze zijn buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) maar ook toezichthouder. In die laatste functie zien ze toe op de naleving van de dierenwelzijnswetgeving en hebben de mogelijkheid om bestuursrechtelijk in te grijpen om de situatie voor de dieren op de locatie te verbeteren en te herstellen. Als dit niet mogelijk blijkt te zijn, kan de inspecteur in overleg met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) besluiten dieren in bewaring te nemen.

Bestuursrecht

Als de inspecteur denkt dat herstel van het dierenwelzijn ter plaatse mogelijk is, dan kiest hij voor een bestuursrechtelijk traject. Bestuursrecht is erop gericht om een overtreding zo spoedig mogelijk te herstellen. De inspecteur neemt dan contact op met de RVO en overlegt over de specifieke casus en de mogelijkheden tot verbetering. Zo kan hij bijvoorbeeld voorstellen om de beklaagde een last op te leggen om met de dieren naar een dierenarts te gaan, de woning te reinigen of de huisvesting te verbeteren. De RVO besluit over de op te leggen maatregel en de termijn waarbinnen deze moet zijn uitgevoerd. Na afloop van die termijn volgt een hercontrole door de inspecteur.

De RVO kan kiezen uit verschillende maatregelen en deze onafhankelijk van elkaar opleggen. De bestuurlijke waarschuwing is de lichtste. De eigenaar van de dieren moet binnen een bepaalde termijn zelf de ongewenste situatie opgelost hebben. Na die termijn volgt een hercontrole. Is de situatie naar behoren opgelost, dan wordt de zaak afgesloten. Als blijkt dat de situatie niet of onvoldoende verbeterd is, dan legt RVO een zwaardere maatregel op, bijvoorbeeld een last onder dwangsom. Heeft de eigenaar van de dieren bij de eerstvolgende controle zijn zaakjes weer niet op orde, dan krijgt deze een geldboete.

Dwang

De derde optie die RVO heeft, is een last onder bestuursdwang. Daarmee kan direct opgetreden worden als een overtreding niet binnen een bepaalde termijn beëindigd is of bij herhaling van een overtreding. Is niet of niet volledig voldaan aan de last, dan kan RVO op kosten van de eigenaar herstel laten uitvoeren. Denk aan het professioneel laten reinigen van een ernstig vervuilde woning, de aanschaf van een deugdelijk hok of een verplicht bezoek aan een dierenarts. In alle gevallen worden de gemaakte kosten verhaald op de beklaagde.

Is een situatie ter plaatse zo ernstig dat onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk is, dan kan RVO kiezen voor spoedbestuursdwang. Bijvoorbeeld een dier dat nog dezelfde dag naar de dierenarts moet. Als de eigenaar niet zelf onmiddellijk een afspraak maakt, dan gaat het dier in opdracht van RVO meteen met de inspecteur mee naar een dierenarts op kosten van de eigenaar. Blijkt herstel op de locatie niet mogelijk, dan kan het dier ook in bewaring genomen worden. Dit is de zwaarste maatregel die RVO kan opleggen.

Inbewaringname

Als de RVO geen andere mogelijkheid ziet dan een inbewaringname van dieren, dan worden deze ondergebracht bij een opslaghouder: een door de rijksoverheid aangewezen, geheime opvanglocatie. Hier wordt het dier op kosten van de eigenaar verzorgd en indien nodig medisch behandeld. De eigenaar kan zijn dieren in deze situatie nog terugeisen, maar alleen als aan strenge voorwaarden is voldaan:

  • Alle kosten van het bestuursrechtelijke traject zijn voldaan.
  • Het dier keert terug op een locatie die schoon en veilig is.
  • Het dier moet medisch gezond zijn.

De kosten van deze maatregel lopen meestal (zeer) hoog op voor de beklaagde. In veel gevallen keren de dieren dan ook niet terug naar de eigenaar en worden vervolgens vrijgegeven voor herplaatsing.

Herhaling voorkomen

In sommige gevallen is het goed denkbaar dat een beklaagde, ondanks alle opgelegde maatregelen, toch weer in herhaling treedt. De RVO heeft dan de mogelijkheid om een last ter voorkoming van herhaling op te leggen. In die gevallen kan direct actie worden ondernomen, als blijkt dat de beklaagde opnieuw dezelfde overtredingen begaat. De aanwezige dieren op de locatie kunnen direct worden meegenomen, zelfs als er nog een mogelijkheid zou zijn om op de locatie te herstellen.

Bestuurlijke boete

De inspecteurs van de LID voeren naast de reguliere inspecties ook routinecontroles uit bij bedrijven en organisaties die zich professioneel bezig houden met hobby- en gezelschapsdieren zoals fokkerijen, pensions, handelaars en dierenspeciaalzaken. Als deze hun papierwerk niet op orde hebben, zoals een gebrekkige administratie, het ontbreken van de juiste vakbekwaamheidsbewijzen of de afwezigheid van een Uniek Bedrijfsnummer (UBN), dan kan de RVO per overtreding een bestuurlijke boete opleggen. Deze bedragen maximaal 1500 euro per geconstateerde overtreding.

Regels en bestuursrechtelijke sancties

  • Voor de verzorging en huisvesting van dieren gelden regels. Je vindt ze hier.
  • RVO heeft een overzicht gemaakt van mogelijke sancties als de regels worden overtreden.

Strafrecht: de buitengewoon opsporingsambtenaar

De LID-inspecteur is niet alleen toezichthouder maar tevens buitengewoon opsporingsambtenaar en heeft daarom ook strafrechtelijke bevoegdheden.

Meer informatie